‘t Tweantse dialekt.

Hoe skrief iej Tweants?

Hieroonder in ‘t Hollaands, ‘t boawnste stukn in ‘t plat um te loaten wetten dat alns wa’j skriewnt good is, ‘t maakt niks oet hoe’j’t skriewnt. Mear vuur in ‘n book is’t naar maklijk as’t een betje terugge te brengen is noar iets herkenbaars. Doarumme skrief ik de leste tied de ww-oetgangen laank zodat ‘t veskil wat duudlijker is, en de lidweure vuur ‘t woord en neet der vuur an mekaar etrökken: Nem ‘t täske met, ipv: Nem’t täske met.

Vearder vuur leu die’t der wille an hebt de oetleg hieroonder.

He’j vroagen? Geerne mailen.

Om een goed leesbaar Twents te schrijven heb ik me verdiept in alles wat er tot nu toe al in het Twents geschreven was. Uiteindelijk kwam ik tot de ontdekking dat ook daarbij geen duidelijk antwoord zat op mijn vraag, de onderlinge verschillen zijn te groot. In IEKUS heb ik geprobeerd een middenweg te kiezen met een goede door iedereen leesbare tekst. Veel van de woorden die in de eerste, Eanterse, versie van IEKUS stonden, konden gewoon blijven staan. Het Eanters heeft woorden en klanken die in andere delen van Twente niet gebruikt worden. Alleen is nu de schrijfwijze zoveel mogelijk volgens de richtlijnen uit het boekje van de Kreenk vuur de Twentse sproak (2008). Bijna zoveel mogelijk,….. ik blijf een Eanterse en wij staan bekend om onze eigenwijsheid. 👍 Hieronder in het kort de Twentse spelling volgens het boekje: “Twents, hoo schrief iej dat…”

-De uitgangen worden voluit geschreven: lopen, kieken, nemmen, enz. Bij de uitspraak valt de -e- weg, die “slikken” we in, wat kenmerkend is voor ons dialect en daar zijn we heel trots op.

-Samentrekkingen tussen werkwoorden en persoonlijke voornaamwoorden krijgen een apostrof: heb ik / he’k of goat wiej / goa’we , enz. Soms is het beter iets voluit te schrijven als het verwarring kan geven.

-Om -t’t- beeld te vermijden bij bijv : dat’t, wat’t schrijft men dat’, wat’, zo ook bij an’n, van’n, dus an’ en van’.

-Een extra letter krijgt een liggend streepje – : wet iej wa / we-r-iej wa of doo iej dat / doo-r-iej dat.

-We schrijven vaak -oa- voor het nederlandse -aa-: praten-proaten, draad-droad, haast-hoast, enz.

-Meestal is een -oe- een -oo-: koe-koo, gedoe-gedoo, enz.

-De korte -eu- is in het Twents de -ö-: kökken, möpke, enz.

-Onze bijzondere lange -eu- schrijven we als -öa-: möalke, gröatje, dröadje, enz.

-De scherpe -e- als -ea-: stea, wean, klean, enz.

-De korte -e- als -ä- in verkleinwoorden: pak-päkske, vlam-vlämske, enz.

Enkele andere bijzondere lettercombinaties evenals de verdere spelling en grammatica worden uitvoerig, met behulp van voorbeelden, in het boekje besproken. Bedenkt wel dat iedere Twentse tongval anders is, de Twentse spelling is een klankspelling. Een geboren Twentenaar zal de tekst lezen zoals het hem/haar door zijn/haar ouders geleerd is. Oftewel: Elk huis, hoes of huus houdt haar eigen voordeur, veurdeur, vuurduur of veurduur!

Heel veel leesplezier gewenst van IEKUS EN RIET.